Oh-la-la !!                     
                                                                                                                                  Chat/What do YOU Think ???

Burgermannetje ruikt even aan de vrijheid

Paul Vugts

Amsterdam - Het Parool trekt per camper langs plekken waar we anders nooit
komen. Vandaag: barbecue met de vrije jongens van scheepswerf ADM.

Altijd weer bekruipt me datzelfde gevoel als ik op de gekraakte
scheepswerf arriveer van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, ADM, diep
in het Westelijk Havengebied.

Dit is de Grote Vrijheid!

Met maling aan die hele verrotte wereld wonen in een Pipowagen, gammele
bus of zelfgebouwde hut; in een gewezen circustent of op één van die oude
boten aan de kade. Boten die weliswaar zijn verbannen naar de kom aan het
eind van de werf, maar die daar bij zonsondergang nog altijd rustiek
liggen te dobberen; met slechts water tot aan de horizon. (Oké, nu eerlijk
zijn: water en hier en daar een eenzame windmolen).

Als het zonnetje schijnt, klim je met je vrienden op het dak van je bus -
je kijkt niet op een deuk. Je neemt een duik wanneer je wilt. Overdag klus
je, zo lang je zin hebt, aan iets artistieks maar ruws - liefst van staal
- of aan enigerlei motorvoertuig in de havenloods vol hijskranen.

Leven zonder agenda. Althans, zo moet het voelen.

Nog terwijl ik de camper parkeer op de mij toegewezen prachtplek aan het
water, realiseer ik me wat ik me altijd in tweede instantie weer
realiseer: hier gaat het nooit van komen. Een burgermannetje blijft een
burgermannetje. Ik moet het mezelf maar gewoon bekennen. Zoals ik het
alweer elf jaar geleden accepteerde dat een vaste baan het vage
wereldreisplan dwarszat, zo word ik ook in de stad nooit een fatsoenlijke
vrijbuiter. Ik moet het doen met nu en dan een uitstapje in de wereld van
de vrijbuiters.

Vandaag komt het in elk geval helemaal goed met dat vrije leven. De camper
staat prima, daar aan de waterkant. In het bescheiden koelkastje staan de
inkopen waarmee ik zal aantonen dat Het Parool in vrede is gekomen.

Barbecuespullen.

Dikke pakken worst, koteletten en kip; paprika's, sla, stokbrood en
houtskool. Een kratje koude pils ook, dat spreekt.

Mijn fijne eigen barbecue, een nep-Weber, heb ik voor niets bij me. Ik ben
meteen al dik gezakt voor het vrijejongensexamen; want een vrije jongen
barbecuet niet met een barbecue. Een vrije jongen stookt een vuurtje in
een autovelg en zet daar een roestig rek overheen. En nee, een vrije
jongen maakt het vuur niet aan met aanmaakblokjes (waarvan ik verzwijg dat
ik die in de camper heb liggen, bij de aanmaakpasta).

We nemen het balkon van ADM-veteraan Maik ter Veer; initiator van de
spectaculaire Robodockfestivals - met veel vuur en nog meer robots. Maik
heeft vanuit het gebouw waar ooit de werfdirectie zetelde, zicht over de
entree van wat ADM'ers hun 'culturele vrijhaven' noemen. Het valt op dat
een heleboel bomen en struiken de rauwe scheepswerf de laatste jaren veel
minder rauw hebben gemaakt. Het is niet eerlijk: de zon die in het water
zakt terwijl een schip passeert, en dat tussen de boomtoppen. Met de
barbecue komt het goed, ik zal u daarmee niet langer vermoeien.

We moeten namelijk nog die anekdote ophalen over juist dat balkon waar we
verpozen. Precies daar nam een machtige rupskraan van krakersvijand en
ADM-eigenaar 'Bulldozer Bertus' Lüske in de nog vroege ochtend van 25
april 1998 onaangekondigd een forse hap uit het pand, waarin de krakers
sliepen. Dat iedereen overleefde was toeval, stelde de rechtbank vast.

Tja, dat is de keerzijde van het vrije leven. Je kunt zomaar uit je huis
gewerkt worden - door de eigenaar of de politie. Moet je weer op zoek naar
een nieuwe vrijplaats - en als je pech hebt naar een nieuwe inboedel. Nu
moeten de 125 bewoners van de ADM-werf in 2010 weer weg. Van de gemeente,
tenminste. De krakers zijn dat, vanzelfsprekend, niet van plan.

Die sores heeft een burgermannetje nou weer niet.

PAUL VUGTS

Weet u een interessante kampeerplek voor de Paroolcamper? Mail dan naar
camper@parool.nl.

Het Parool     17-07-2008
Oh-la-la !!




http://www.depers.nl/binnenland/223605/Ik-ben-voor-altijd-getekend-door-de-bouwfraude.html

‘Ik ben voor altijd getekend door de bouwfraude’

Door: Bahram Sadeghi
Gepubliceerd: dinsdag 15 juli 2008 23:09
Update: dinsdag 15 juli 2008 23:12

John Zinhagel bracht de bouwfraude aan het licht en is al jaren werkloos.
De man van 53 miljoen doet zijn verhaal.

Trots laat hij een gesigneerd exemplaar zien van het boek Zand Erover van
de journalisten Jan Meeus en John Schoorl over de bouwfraude: ‘Voor de
aartsvader van de bouwfraude. Nogmaals dank.’

John Zinhagel, 62 jaar, klokkenluider van het eerste uur inzake
bouwfraude, is voor insiders een bekende naam. Maar bij het grote publiek
is hij, in tegenstelling tot zijn beroemde ‘evenknie’ Ad Bos, tohttp://www.depers.nl/binnenland/223605/Ik-ben-voor-altijd-getekend-door-de-bouwfraude.html

‘Ik ben voor altijd getekend door de bouwfraude’

Door: Bahram Sadeghi
Gepubliceerd: dinsdag 15 juli 2008 23:09
Update: dinsdag 15 juli 2008 23:12

John Zinhagel bracht de bouwfraude aan het licht en is al jaren werkloos.
De man van 53 miljoen doet zijn verhaal.

Trots laat hij een gesigneerd exemplaar zien van het boek Zand Erover van
de journalisten Jan Meeus en John Schoorl over de bouwfraude: ‘Voor de
aartsvader van de bouwfraude. Nogmaals dank.’

John Zinhagel, 62 jaar, klokkenluider van het eerste uur inzake
bouwfraude, is voor insiders een bekende naam. Maar bij het grote publiek
is hij, in tegenstelling tot zijn beroemde ‘evenknie’ Ad Bos, totaal
onbekend. Tot voor kort had hij geen moeite met zijn rol achter de
schermen, maar nu minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken een fonds voor
klokkenluiders heeft aangekondigd en zíjn naam niet (maar die van Ad Bos
wél) wordt genoemd, wil hij voor het eerst naar buiten treden.

Zoals het een doorgewinterde administrateur betaamt, is Zinhagel erg
precies. Terwijl hij door de experts (onder anderen de voornoemde
journalisten van deVolkskrant en de Parlementaire Enquêtecommissie
Bouwnijverheid) als klokkenluider wordt gezien, zegt hij zelf: ‘In de
nauwste zin van het woord vind ik mezelf geen klokkenluider. Dat is iemand
die met een stapel bewijzen naar een krant stapt en voor publiciteit
zorgt. Ik heb in het bedrijf waar ik werkte aan de bel getrokken en toen
dat niets uithaalde, heb ik publiciteit gezocht. Dat het later tot de
zogenoemde Schipholtunnelfraude leidde, maakt me inderdaad een soort
klokkenluider maar geen ‘ouderwetse’. Wat de gevolgen ervan voor mezelf en
mijn gezin betreft helaas wel: weggepest, overgeplaatst en uiteindelijk
ontslagen...’

Speciaal project

Zinhagel, ruim 32 jaar actief in de bouwwereld, is eigenlijk een
‘tweevoudige’ klokkenluider. Begin jaren negentig zag hij bij Strukton
Prefab Beton dat er facturen binnenkwamen waar het privé-adres van
werknemers op stond: ‘Ik zag de complete bouw van een keuken, met naam en
adres van de werknemer bij wie het gebouwd was. Los van het feit dat ik
daaraan niet mee wilde werken, hoe dachten ze dat zoiets goedgekeurd kón
worden?! We maakten daar toch geen keukens?! Ik werkte tegen, werd me
gezegd. Ik heb de zaak bij de directie aanhangig gemaakt, maar dat hielp
helemaal niets. Op een zeker moment moest ik weg; ik werd op een speciaal
project gezet. De Schipholtunnel zou gebouwd worden en ik werd het hoofd
van de boekhouding. Kijk, ik ben niet gek. Ik weet dat dat soort dingen
overal gebeurt, maar ik had me voorgenomen om me er, zolang ik er zelf
niet mee te maken zou krijgen, ook niet mee te bemoeien. Je wordt niet
populairder als je mensen in hun streven naar clandestien materieel gewin
tegenwerkt.’

Maar in 1995 is het weer zover. De werkmaatschappij KSS (Kombinatie
Schiphol Spoortunnel) is een samenwerking van de voormalige werkgever van
Zinhagel Strukton en HBW en verantwoordelijk voor de bouw van de
Schipholtunnel. Zinhagel is belast met het verdelen en bewaken van het
budget. Hij ziet weer facturen binnenkomen die zo overduidelijk voor
privé-doeleinden bestemd zijn dat hij niets anders kan doen dan aan de bel
trekken.

‘Ik was verantwoordelijk voor de financiële begeleiding van het
treinstation, van de eerste steen tot de laatste steen. En er kwamen zaken
in voor die niet in het budget getekend waren. Een schuifpui!’ Hij lacht.
‘Ik heb me afgevraagd waar zo’n schuifpui in de tunnel moest komen!’ Ander
voorbeeld: ‘Toen het werk bijna klaar was, leverde men voor 150.000 gulden
aan bouwmateriaal voor de ‘technische ruimte’: een kamertje van twee bij
twee meter voor de opslag van schoonmaakartikelen voor het perron plus een
brandblusser. Nou, dat gaat er bij mij niet in! Maar het symboliseert wél
het gemak waarmee werd gefraudeerd. Ze weten het, maar gaan ervan uit dat
iedereen die er werkt ‘loyaal’ is. Het was al vanaf het begin van het
project gaande, het privégebeuren en wegsluizen. Ik heb echt mijn best
gedaan om er niet mee in aanraking te komen, want ik had geen zin in
gedoe, maar het gebeurde toch weer. Iedereen die er in dienst komt, wordt
verondersteld gewoon mee te werken.’

Besmet door graaicultuur

Dat fraude en kartelvorming zo veelvuldig in de bouw voorkomen – ‘ik weet
zeker dat het nog steeds gebeurt’ – komt volgens Zinhagel doordat er te
veel bouwbedrijven in een op zichzelf staande te kleine markt opereren. De
koek is te klein, aldus Zinhagel, en de mensen worden daarnaast steeds
materialistischer. ‘Iedereen wil een groter huis, een mooiere auto en een
fijnere keuken. Dat mag en ik gun het die mensen ook van harte. Maar niet
over mijn rug. Ik wil er geen bijdrage aan leveren. Ik weet ook niet zo
goed waarom ik niet ‘besmet’ ben geraakt door die graaicultuur, maar ik
zie het heel simpel: het zijn niet jouw spullen. Bovendien is mij geleerd
dat financiële malversaties altijd sporen nalaten. Vroeg of laat lekt het
uit, zoals we hebben kunnen zien.’

Nadat hij de fraude bij de Schipholtunnel bij de directie bekend had
gemaakt, maar daar geen gehoor vond, stapte hij in 1998 met een stapel
bewijzen naar de Telegraaf. De Schipholtunnelfraude was geboren.

Enthousiast vertelt hij dat KSS uiteindelijk 53 miljoen gulden aan de
Staat der Nederlanden terug moest betalen. ‘Geen slechte prestatie voor
een eenvoudige bedrijfsadministrateur’, zegt hij glunderend. Helaas zijn
de gevolgen voor hemzelf minder fijn: Zinhagel werd na 23 jaar dienst bij
Strukton ontslagen. Gelukkig vindt hij vrij snel een baan bij De
Nederlandse Munt. De euro komt eraan en de voorbereiding daarvan vereist
het soort precisiewerk dat Zinhagel toevertrouwd is. Maar na de
succesvolle introductie van de euro en het overwinnen van de kinderziektes
is er geen werk meer voor Zinhagel en vele andere collega’s bij De Munt.
Sinds 2004 is hij werkzoekende. Op dit moment werkt hij aan een boek over
zijn ervaringen met de bouwfraude. In dat boek zal hij ‘namen en
rugnummers’ noemen, zoals hij het zelf verwoordt.

Het instellen van een zogenoemde ‘klokkenluidersprocedure’ bij de NS is
een direct gevolg van het volhardende optreden van Zinhagel, getuigt de
brief uit november 2003 van de NS-baas Aad Veenman aan Zinhagel: de
president-directeur van de NS schrijft over zijn voornemen om ‘regeling
procedure inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand’ voor het
NS-personeel in te stellen.

Eind goed al goed? ‘Iedereen kent Ad Bos, de grote klokkenluider én het
slachtoffer van de bouwfraude. Hoe dat komt? Omdat Bos alle aandacht in de
media trekt en ik heb juist altijd geweigerd om op de televisie te komen.
Hij laat zich uitgebreid filmen in een caravan, zit te huilen... Het wekt
natuurlijk medelijden. Dat soort beeldvorming past niet bij mij. Maar
vergis je niet. Ik ben getekend door de bouwfraude. Toch vind ik het
vooral vervelend voor mijn vrouw. Ze werkt al veertig jaar bij de NS en
als ik normaal kon werken, kon ze al stoppen, maar nu moet ze doorgaan,
want anders redden we het niet.’

Niet meer gegroet

De reden waarom hij na zoveel jaren in de anonimiteit te hebben geopereerd
nu toch naar buiten treedt, is dat hij vindt dat ook hij in aanmerking
moet komen voor een eventuele klokkenluidersregeling. ‘De prijs die wij
voor mijn handelen moesten betalen is hoog geweest: mijn woonplaats
Maarssen is een Strukton-dorp. Velen werken er of leven van de
nevenactiviteiten van Strukton. En op een gegeven moment sta je bekend als
de man die Strukton een slechte naam heeft bezorgd. Zelfs je naaste
collega’s groeten je niet meer. De directie? Laat me niet lachen. Ik heb
nooit en te nimmer een welwillend bericht van de directie ontvangen,
terwijl zij en niet ik pertinent fout bezig waren. Ik heb ook mijn twee
Strukton-onderscheidingen (goud en zilver) teruggestuurd. Het zou niet
meer dan rechtvaardig zijn als ik voor al mijn werk een vergoeding zou
krijgen. Hoeveel dat mag zijn, vind ik moeilijk in te schatten. Maar om je
een idee te geven: door mijn werk heeft de Staat 53 miljoen gulden van
frauderende bedrijven terug kunnen vorderen. Een klein percentage daarvan
zou niet misstaan.’
taal
onbekend. Tot voor kort had hij geen moeite met zijn rol achter de
schermen, maar nu minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken een fonds voor
klokkenluiders heeft aangekondigd en zíjn naam niet (maar die van Ad Bos
wél) wordt genoemd, wil hij voor het eerst naar buiten treden.

Zoals het een doorgewinterde administrateur betaamt, is Zinhagel erg
precies. Terwijl hij door de experts (onder anderen de voornoemde
journalisten van deVolkskrant en de Parlementaire Enquêtecommissie
Bouwnijverheid) als klokkenluider wordt gezien, zegt hij zelf: ‘In de
nauwste zin van het woord vind ik mezelf geen klokkenluider. Dat is iemand
die met een stapel bewijzen naar een krant stapt en voor publiciteit
zorgt. Ik heb in het bedrijf waar ik werkte aan de bel getrokken en toen
dat niets uithaalde, heb ik publiciteit gezocht. Dat het later tot de
zogenoemde Schipholtunnelfraude leidde, maakt me inderdaad een soort
klokkenluider maar geen ‘ouderwetse’. Wat de gevolgen ervan voor mezelf en
mijn gezin betreft helaas wel: weggepest, overgeplaatst en uiteindelijk
ontslagen...’

Speciaal project

Zinhagel, ruim 32 jaar actief in de bouwwereld, is eigenlijk een
‘tweevoudige’ klokkenluider. Begin jaren negentig zag hij bij Strukton
Prefab Beton dat er facturen binnenkwamen waar het privé-adres van
werknemers op stond: ‘Ik zag de complete bouw van een keuken, met naam en
adres van de werknemer bij wie het gebouwd was. Los van het feit dat ik
daaraan niet mee wilde werken, hoe dachten ze dat zoiets goedgekeurd kón
worden?! We maakten daar toch geen keukens?! Ik werkte tegen, werd me
gezegd. Ik heb de zaak bij de directie aanhangig gemaakt, maar dat hielp
helemaal niets. Op een zeker moment moest ik weg; ik werd op een speciaal
project gezet. De Schipholtunnel zou gebouwd worden en ik werd het hoofd
van de boekhouding. Kijk, ik ben niet gek. Ik weet dat dat soort dingen
overal gebeurt, maar ik had me voorgenomen om me er, zolang ik er zelf
niet mee te maken zou krijgen, ook niet mee te bemoeien. Je wordt niet
populairder als je mensen in hun streven naar clandestien materieel gewin
tegenwerkt.’

Maar in 1995 is het weer zover. De werkmaatschappij KSS (Kombinatie
Schiphol Spoortunnel) is een samenwerking van de voormalige werkgever van
Zinhagel Strukton en HBW en verantwoordelijk voor de bouw van de
Schipholtunnel. Zinhagel is belast met het verdelen en bewaken van het
budget. Hij ziet weer facturen binnenkomen die zo overduidelijk voor
privé-doeleinden bestemd zijn dat hij niets anders kan doen dan aan de bel
trekken.

‘Ik was verantwoordelijk voor de financiële begeleiding van het
treinstation, van de eerste steen tot de laatste steen. En er kwamen zaken
in voor die niet in het budget getekend waren. Een schuifpui!’ Hij lacht.
‘Ik heb me afgevraagd waar zo’n schuifpui in de tunnel moest komen!’ Ander
voorbeeld: ‘Toen het werk bijna klaar was, leverde men voor 150.000 gulden
aan bouwmateriaal voor de ‘technische ruimte’: een kamertje van twee bij
twee meter voor de opslag van schoonmaakartikelen voor het perron plus een
brandblusser. Nou, dat gaat er bij mij niet in! Maar het symboliseert wél
het gemak waarmee werd gefraudeerd. Ze weten het, maar gaan ervan uit dat
iedereen die er werkt ‘loyaal’ is. Het was al vanaf het begin van het
project gaande, het privégebeuren en wegsluizen. Ik heb echt mijn best
gedaan om er niet mee in aanraking te komen, want ik had geen zin in
gedoe, maar het gebeurde toch weer. Iedereen die er in dienst komt, wordt
verondersteld gewoon mee te werken.’

Besmet door graaicultuur

Dat fraude en kartelvorming zo veelvuldig in de bouw voorkomen – ‘ik weet
zeker dat het nog steeds gebeurt’ – komt volgens Zinhagel doordat er te
veel bouwbedrijven in een op zichzelf staande te kleine markt opereren. De
koek is te klein, aldus Zinhagel, en de mensen worden daarnaast steeds
materialistischer. ‘Iedereen wil een groter huis, een mooiere auto en een
fijnere keuken. Dat mag en ik gun het die mensen ook van harte. Maar niet
over mijn rug. Ik wil er geen bijdrage aan leveren. Ik weet ook niet zo
goed waarom ik niet ‘besmet’ ben geraakt door die graaicultuur, maar ik
zie het heel simpel: het zijn niet jouw spullen. Bovendien is mij geleerd
dat financiële malversaties altijd sporen nalaten. Vroeg of laat lekt het
uit, zoals we hebben kunnen zien.’

Nadat hij de fraude bij de Schipholtunnel bij de directie bekend had
gemaakt, maar daar geen gehoor vond, stapte hij in 1998 met een stapel
bewijzen naar de Telegraaf. De Schipholtunnelfraude was geboren.

Enthousiast vertelt hij dat KSS uiteindelijk 53 miljoen gulden aan de
Staat der Nederlanden terug moest betalen. ‘Geen slechte prestatie voor
een eenvoudige bedrijfsadministrateur’, zegt hij glunderend. Helaas zijn
de gevolgen voor hemzelf minder fijn: Zinhagel werd na 23 jaar dienst bij
Strukton ontslagen. Gelukkig vindt hij vrij snel een baan bij De
Nederlandse Munt. De euro komt eraan en de voorbereiding daarvan vereist
het soort precisiewerk dat Zinhagel toevertrouwd is. Maar na de
succesvolle introductie van de euro en het overwinnen van de kinderziektes
is er geen werk meer voor Zinhagel en vele andere collega’s bij De Munt.
Sinds 2004 is hij werkzoekende. Op dit moment werkt hij aan een boek over
zijn ervaringen met de bouwfraude. In dat boek zal hij ‘namen en
rugnummers’ noemen, zoals hij het zelf verwoordt.

Het instellen van een zogenoemde ‘klokkenluidersprocedure’ bij de NS is
een direct gevolg van het volhardende optreden van Zinhagel, getuigt de
brief uit november 2003 van de NS-baas Aad Veenman aan Zinhagel: de
president-directeur van de NS schrijft over zijn voornemen om ‘regeling
procedure inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand’ voor het
NS-personeel in te stellen.

Eind goed al goed? ‘Iedereen kent Ad Bos, de grote klokkenluider én het
slachtoffer van de bouwfraude. Hoe dat komt? Omdat Bos alle aandacht in de
media trekt en ik heb juist altijd geweigerd om op de televisie te komen.
Hij laat zich uitgebreid filmen in een caravan, zit te huilen... Het wekt
natuurlijk medelijden. Dat soort beeldvorming past niet bij mij. Maar
vergis je niet. Ik ben getekend door de bouwfraude. Toch vind ik het
vooral vervelend voor mijn vrouw. Ze werkt al veertig jaar bij de NS en
als ik normaal kon werken, kon ze al stoppen, maar nu moet ze doorgaan,
want anders redden we het niet.’

Niet meer gegroet

De reden waarom hij na zoveel jaren in de anonimiteit te hebben geopereerd
nu toch naar buiten treedt, is dat hij vindt dat ook hij in aanmerking
moet komen voor een eventuele klokkenluidersregeling. ‘De prijs die wij
voor mijn handelen moesten betalen is hoog geweest: mijn woonplaats
Maarssen is een Strukton-dorp. Velen werken er of leven van de
nevenactiviteiten van Strukton. En op een gegeven moment sta je bekend als
de man die Strukton een slechte naam heeft bezorgd. Zelfs je naaste
collega’s groeten je niet meer. De directie? Laat me niet lachen. Ik heb
nooit en te nimmer een welwillend bericht van de directie ontvangen,
terwijl zij en niet ik pertinent fout bezig waren. Ik heb ook mijn twee
Strukton-onderscheidingen (goud en zilver) teruggestuurd. Het zou niet
meer dan rechtvaardig zijn als ik voor al mijn werk een vergoeding zou
krijgen. Hoeveel dat mag zijn, vind ik moeilijk in te schatten. Maar om je
een idee te geven: door mijn werk heeft de Staat 53 miljoen gulden van
frauderende bedrijven terug kunnen vorderen. Een klein percentage daarvan
zou niet misstaan.’

Oh-la-la !!




1) kraken is _NIET_ illegaal
2) huisvrede gaat in onmiddelijk nadat de deur door de krakers is vergrendeld, dus 0 uur, niet 24 uur.
3) in het eerste jaar kan de eigenaar naar de rechter vanwege art.429, en niet vanwege huisvredebruik (art.138). En art.429 is vanwege "kleine huiseigenaren die anders niet de kans hebben hun huis op te knappen", zie de notulen van de tweede kamer tijdens invoering.
 Dat laatste is natuurlijk onderwerp van discussie, maar was juist dat niet zo hard nodig in de kraakbeweging?
 Art.429sx is voor kleine huiseigenaren, niet voor speculanten en/of woningbouwverenigingen!

Oh-la-la !!!!!



Zwartmakers en pleidooi voor witboek kraken

Geschreven door Tjebbe van Tijen

Amsterdam - Nu de VVD en de politie, met gebruik van bereidwillige media,
krakers criminaliseren, pleit Tjebbe Van Tijen voor een 'witboek kraken'.

Het is nu 40 jaar geleden dat het woord "kraken" meer is gaan betekenen
dan een knarsend, brekend geluid, of het openbreken van brandkasten en
andere bewaarplaatsen van waardevolle zaken (een kraakje zetten, de
brandkastkraker). Het was in een keldertje in de Amsterdamse Koestraat
onder de woning van beeldhouwer Hans 't Mannetje dat het "Woningburo de
Kraker" in de vroege winter van 1968 het licht zag. Het kraken in de zin
van het bezetten van een leegstaande woning of het zonder rechtmatige
titel in gebruiknemen werd daar niet uitgevonden, maar het woord "kraken"
werd daar voor het eerst gebruikt voor een al bestaande praktijk van
persoonlijk initiatief om het eigen gemis aan woonruimte niet op te lossen
in de verre toekomst door het stemmen op een bepaalde partij, of het
aangaan van ander associaties met organisaties die voorgeven de wereld te
gaan veranderen ... maar direct op te heffen door een niet in gebruik
zijnde woonruimte zelf te betrekken.

 Daar is in principe weinig voor nodig: enig inzicht in het ontgrendelen
of omzijlen van afsluitende voorzieningen, of beter nog een list waarbij
het binnentreden zonder enige vorm van braak plaats vindt. Daarnaast is
het van belang om de minimale bewijsstuken van het daadwerkelijk in
gebruik zijn als woning in de zojuist aan leegstand onttrokken woning te
plaatsen: bed, tafel, stoel. Daarmee is een volgens het Nederlands Recht
een woning gebracht in de bewoonde staat, waarbij het feit dat die
handeling niet gefundeerd is op een aangegane wilsovereenkomst met de
eigenaar van de betreffende woning niet betekent dat dit zelfgeïnitieerde
verblijf geen enkele legale status heeft.

 Het recht op een woning mag dan wel niet direct verankerd zijn in de
zozeer geroemde Nederlandse democratische grondwet, toch zijn er
rechtsgronden die zwaar wegen, zoals de "vrijwaring van huisvredebreuk"
(ook wel huisrecht genoemd, artikel 172 van de Grondwet). Dit betekent
dat een ieder recht kan laten gelden op het gesloten houden van zijn/haar
voordeur. Behoudens autoriteiten die een huiszoekings- of een
ontruimingsbevel van een Nederlandse rechtelijke autoritreit voor een
bepaalde woonruimte hebben, is het binnendringen van een in gebruikzijnde
woning een strafrechtelijke overtreding. Zelfs de voet tussen de deur van
een politieagent of een ingehuurde krachtpatser wordt in het Nederlands
recht aangemerkt als "huisvredebreuk".

 De rechten van een huiseigenaar om niet gewenste bewoning te doen staken
zijn afdwingbaar, maar dat gaat dan via de rechter. Het hebben van een
legale 'titel', een overeenkomst, voor het in gebruik hebben van een
woning, is dus op korte termijn geen voorwaarde om een leegstaande woning
weer om te toveren in een bewoonde woning.

 Nu is er aan dat meestal kortdurend recht van  'vrijwaring van
huisvredebreuk' (wat ook alle keurige legale bewoners in Nederland - My
Home is my Castle - beschermd tegen ongewenste binnendringers) door aan
huiseigenaren gelieerde belangengroepen in de afgelopen decennia ernstig
geknaagd, maar het basisprincipe van 'het huisrecht' dat in de eerste
plaats de bewoner en niet de eikgenaar beschermd, is blijven bestaan als
fundamenteel grondrecht (laat een ieder die aan het debat over krakers en
een kraaverbod wil deelnemen eerst het juridische proefschrift  "Het
Huisrecht - the inviolability of the home" van Antonius Quirinus Cornelis
Tak lezen, gepubliceerd in 1973 bij de Rijks Universiteit Utrecht). (*)

Het is nu de plaatselijke afdeling van de Volkspartij voor Vrijheid en
Democratie (VVD) die op basis van enkele ontruimingsincidenten in de
afgelopen twee jaar een Zwartboek Kraken heeft opgesteld, dat ik vanavond
op de televisie besproken zag door het Christelijke NCRV programma
Netwerk. "Boek" is wat ik op de buis zo snel kon zien teveel gezegd, het
blijkt een in haast met een snelbinder bijeengeraapt aantal A4tjes te zijn
waarin gewelddaden van krakers aan de kaak gesteld worden.

Dit epistel moet dan de basis vormen van een Tweede Kamer debat - later
dit jaar waarin - volgens de lokale VVDer (hierin gesteund door een
landelijke volkvertegenwoordiger die ooit geacht werd de Nederlandse
wetten uit zijn hoofd te kennen) - eens en voor altijd een einde gemaakt
zal worden aan het kraken van of voor woonruimte in Nederland.

Ik zal het geschrift morgen direct bij de VVD fractie van de Amsterdamse
gemeenteraad opvragen en bestuderen ... lijkt me goed te controleren hoe
zwartkijkerig dit boekje is. Het kan best zijn dat er feiten in staan die
waar, bijna waar of wellicht niet helemaal waar zijn. De journalisten van
Netwerk hadden een een vaag soort hoor & wederhoor in hun programma weten
te verwerken, maar voor eigen onderzoek was kennenlijk noch tijd noch
budget beschikbaar. "De feiten achter het nieuws" boven tafel halen blijft
op de nationale televisie vaak niet meer dan een wensdroom....

De geweldadigheid van zowel kraakbeweging als de tegen haar optredende
politie valt mijn inziens reuze mee. In al die veertig jaar van soms
bijzonder geweldadig ogende confrontaties, tot hele veldslagen aan toe met
inzetting van vele honderden tot in enkele gevallen tot meer dan duizend
man/vrouw politie heeft geen enkel dodelijk slachtoffer geeist (de dood
van een inmiddels vrijwel in vergetelheid geraakte kraker Hans Kok in een
politiecel een decennium of wat terug, was niet echt een direct gevolg van
een politie/krakers botsing, maar meer te wijten aan persoonlijke
gezondheidsklachten en onwelwillige bewakers).

Dat feit van zoveel confrontaties zonder doden of massale hoeveelheden
gewonden (aan beide zijden van de linie) is meer dan een klein wonder. Het
heeft een duidelijke oorzaak: het aanwezig zijn van een inzicht in het
verband tussen gewenste doelen en toegepaste middelen. Een inzicht dat
zowel bij krakers als bij wetsdienaren aanwezig moet zijn geweest.

Ik herinner mij nog hoe wij - nu meer dan dertig jaar geleden - als
activisten in de Nieuwmarkt vergaderend over de organisatie van ons verzet
tegen de aanleg van de metro dwars door de Nieuwmarktbuurt en voor het
behoud van de door ons bezette woningen, alsook het behoud van de
Nieuwmarktbnuurt als woonbuurt (daar waar de toenmalige stadsbestuurders
eerst plannen hadden voor een metro met daarbovenop een snelweg en
daarlangs kantoorgebouwen): "We gaan niet sterven voor een straatje." Met
andere woorden we zagen van te voren in dat er een limiet was aan de
tegenstand die we zouden kunne bieden tegen een overheid/staat die het
monopolie van geweld heeft - naar zeggen door hen uitgeoefend in het
"algemeen belang."  Dat wij een andere visie op "algemeen belang" hadden
dan onze tegenstanders mocht wel zo zijn, maar wij waren ons toch wel
bewust van de beperktheid van onze middelen van verzet en van het belang
van de innige band tussen doel en middelen in een actie. Hoe ons ideaal
van een egilitaire samenleving af te dwingen met zeg eens gijzeling van
personen of het plegen van bomaanslagen?

Interessant is het hierbij in herinnering te roepen dat er wel degelijk
een bomaanslag gepleegd is op de bouwwerken van de Amsterdamse metro (in
de Bijlmermeer), maar dat die eerst aan onze actiegroep werd toegeschreven
(door het stadsbestuur) terwijl al spoedig bleek dat dit het werk was van
een ultra-recntse samenzweerdersgroep met Max Lewin over wiens banden met
de Nederlandse Veiligheidsdienst en aanverwante organisaties tot op de dag
van vandaag onduidelijkheid bestaat. Destijds heeft het Wijkcentrum d'Oude
Stadt het stadsbestuur wegens smaad voor de rechter gesleept en deze zaak
moeiteloos gewonnen.

Hierbij zijn we terug bij de actuele situatie waar- geheel in Oosteuropese
stijl - ons op de televisie wapens getoond worden die volgens de
gemeentelijke zegslieden als levensbedreigend wapentuig gezien moeten
worden gericht tegen de handhavers van de openbare orde: de politie. Of
deze wapens daadwerkelijk gebruikt zijn blijft onduidelijk, het betoog
gaat voornamenlijk over de potentieele dreiging en de noodzaak die
dreiging op te heffen. Wat verbazing wekt is de simpele conclusie uit het
 'spontane samenwerkingkamp'  van ordehandhavende politie en de
huizenbezit verdedigende VVDers dat een algemeen kraakverbod zou leiden
tot verdwijnen van de behoefte aan woonruimte van hen die dat nu niet, of
niet in voldoende mate hebben. Het lijkt mij dat het afdwingen van en
totaal verbod op kraken eerder meer geweld veroorzaakt. Hoe denken nu de
Amsterdamse politietop, de burgermeester, de VVDers en al degenen die een
kraakverbod willen ondersteunen dit verbod af te dwingen? Zeg eens dat ze
via de Tweede Kamer en de daaropvolgende wetgevende instanties zo'n verbod
zouden weten te krijgen, wat is het meer dan nog maar eens een extra
wettelijke stok om het instictief woningzoekende "beest" mee af te
straffen, weg te jagen? Krijgen we een nieuw soort strafmaat, strafkampen,
heropvoedingsgestichten? Worden er geldboetes opgelegd die jonge mensen
hun levenlang aan de bedelstaf zullen brengen? En ... wat als de wat
slimmere krakers - ik ken heel wat juristen en zelfs een rechter die hun
wooncarriere als kraker zijn begonnen - de wettigheid op een algemeen
verbod van kraken voor diezelfde rechtstaat succesvol weten aan te
vechten?

Het is maar zeer de vraag of een "totaal verbod" beter is dan wat ik een
'tegenstrijdige balans van tegenovergestelde belangen'  zal noemen, want
wat bezielde ooit de Hollande wetgever om het 'huisrecht' en het daaraan
verbonden recht op vrijwaring van 'huisvredebreuk' in te stellen? Het
recht van een ieder om niet buiten te hoeven slapen, het recht op een
ruimte waarin je jezelf kunt terugtrekken, de basis van het eigen
bestaan... en dan de gebrekkige maatschappelijke organisatie die vaak niet
in deze basisbehoefte weet te voorzien. Of het nu mededogen met de minder
bedeelden is geweest, of de praktische Hollandse geest die wel inzag dat
de sociale vrede niet gediend is met al te veel daklozen en nog erger. Ook
wil je niet over op de stoep slapende zwervers hoeven te stappen of
geconfronteerd worden met doodgevroren daklozen op een koude wintermorgen
(in heel wat Europese landen is er een bepaling in de wet die daklozen die
aan de rand van de stad hun hutten bouwen in de winter, tegen ontruiming
en deportatie beschermd).

Tijd om daar er nu een zwartboek met een zwarte kijk op de wereld is
gelanceerd, het samenstellen van een Witboek voor te stellen. Jazeker een
Witboek Kraken, want dat hoeft niet een dun gevalletje van een klein
aantal negatieve feiten op bijeengeraapte A4tjes te zijn... er is genoeg
Wit materiaal voor een forse foliant! Er zijn enkel in Amsterdam meer dan
een honderd gebouwen of panden die dankzij het kraken - en in eerste
instantie ondanks de ontroerende goed sector, woningbouwverenigingen en
overheid - toegevoegd zijn aan het woningbestand, dikwijls voor de lagere
inkomens (vele duizenden woningen in het totaal). Er zijn hele buurten die
tot de ondergang verdoemd waren door de kaalslagplannen van toenmalige
stadsplanners gered van de ondergang. Tot op de dag van vandaag zie je
groepen buitenlandse stedebouw- en woon-specialisten die rondgeleid worden
in buurten en wijken die hun vorm mede te danken hebben aan de actie en
inspiratie van verschillende generaties krakers (Nieuwmarktbuurt,
Dapperbuurt, de Pijp, Staatsliedenbuurt. IJeiland). Er zijn meerdere grote
woningbouwverenigingen die op enig moment door krakers genomen
initiatieven hebben ondersteund en daarmee een vaak fundamentele wending
aan hun afnemende aanwezigheid in de Amsterdmase binnenstad hebben weten
te geven. De Gemeente Amsterdam heeft in meerdere instanties door krakers
ingezet beleid beloond met de aankoop of legalisatie van woon en
werkruimte. Enkele van de belanrijke Amsterdamse cultuurtempels als
Paradiso en De Melkweg zijn in hun vroegste geschiedenis "veroverd" door
krakers. Het Stedelijk Museum huist nu samen in een pand met een gallerie
(W139) die ooit in het Blauwlakenblok begon als kraak-gallerie. Meerdere
culturele festivals vinden hun oorsprong in de kraakbeweging en de
bloeiperiode in de zeventiger en tachtiger jaren van Amsterdam als jonge
cultuurstad kwam uit die zelfde beweging voort (Aorta, Radio 100,
Pleinwerker, Conradstraat).

Als we kijken naar breder georienteerde sociale en culturele initiatieven
waar ieder stad trots op zou behoren te zijn dan zijn velen daarvan gevoed
door diezelfde kraakbeweging: stadstuinen, buurtfeesten kindercreches,
theaters, galleries, scholen, de eerste skateboardbaan in Amsterdam ...

Wij van het Woningburo De Kraker (dat zijn oorpsrong mede had in de
provobeweging) gooiden destijds de ruiten in van wat toen huisjesmelkers
heette .... met een in een baksteen gewikkeld manifest (getekend door de
nu beroemde in Parijs residerende cartoonist Willem) "Heren Huisjesmelkers
en Makelaars" stond er op "... uw tijd is gekomen." Let wel het waren geen
brandbommmen en de stenen werden steeds met de nachtpost bezorgd, nooit is
er iemand gewond geraakt. Illegaal zo'n daad: jazeker. Geweldadig? dat zou
ik willen ontkennen, in die zin dat het om geweld tegen goederen zonder
direct gevaar voor personen ging. Het beplakken of van leuze voorzien van
muren en ramen hoort mijns inziens in deze zelfde groep van symbolische
handelingen plaats.

Burgermeester Cohen jammert over wat ingegooide ruiten van het
stadskantoor op het Waterlooplein en zijn ambtswoning en voegt daar
dreigend aan toe "zij gooien hiun eigen ruiten in."

In Parijs zijn - dit jaar - officieel op straat grote foto's te zien van
barricades, verbrande auto's, heftige straatgevechten in het Quartier
Latin van 1968 - het lijkt me een officieel huldeblijk aan de Mei Juni
beweging in Frankrijk. Ook daar was veel wapengekletter en verrassend
weinig ernstige slachtoffers alhoewel het er vele malen heter aan toeging
als ooit in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam.

Het is ook al lang 'bon ton' om de provo en Kabouterbeweging in Amsterdam
als een kunszinnige beweging af te schilderen die het waard is om in naast
Dadaisten en wat dies meer zij in het gareel van het kunstmuseum gebracht
te worden; dit met verontachtzaming en vergeten van de vaak harde
confrontaties met het Amsterdamse politiecorps.

De grens tussen symbolisch (bedoeld) geweld en echt levensbedreigend
geweld is vaak enkel terugblikkend herkenbaar. Een symbolisch bedoelde
actie kan van het ene moment op het andere omslaan in haar tegendeel, soms
zelfs omgekeerd. In een losse vrije gemeenschap van goedbedoelenden kunnen
zich altijd kwaadwillenden mengen, maar is dat nu een treffend kenmerk
voor krakers? Horen wij dat niet bijna elke dag over andere groepen met
minder beredeneerde en minder sociale dadendrang, zoals voetbalsupporters
en hangjongeren (of komt minister Rouwvoet binnenkort met een 'algemeen
hangverbod'?).

Mij lijkt het beleid van de huidige burgermesster en zijn politiekorpsstaf
onwijs en confronterend met weinig besef van de maatschappelijke
ongelijkheden die maken dat het fenomeen kraker überhaupt bestaat. Het bij
herhaling afschilderen door de lokale overheid van krakers als misdadig,
zoals ook het benadrukken van de aanwezigheid van "buitenlanders" onder de
krakers (alsof de stad Amsterdam iets tegen buitenlanders zou dienen te
hebben) schept een sfeer waaruit - als dat maar lang genoedg doorgezet
wordt - uiteindelijk en jammerlijk genoeg een daardwerkelijk geweldadige
situatie kan ontstaan. In een stad waar de massale puur commercieele
drughandel gedoogd wordt moet ook gedoogruimte voor krakers kunnen zijn.
Want laat dit gezegd zijn: als alles legaal en volgens wet en regel zou
gebeuren zou de hele Nederlandse samenleving binnen de korste keren
"krakend" tot stilstand komen.

Tjebbe van Tijen 16/6/2008

Noot *

 "Het karakter van het huisrecht als grondrecht moet worden gezocht in de
sfeer van de persoonlijke vrijheid van het individu, een erkenning van de
wezenlijke behoefte van de mesn om een plaats te hebben waar hij
ongestoordvolkomen zichzelf kan zijn, een oase van rust en veiligheid die
hem zijn eigen persoonlijkheid kan doen hervinden, wanneer deelname aan
de gemeenschap hem tijdelijk te veel is geworden. Artikel 8 lid 1 van het
Verdrag van Rome luidt dan ook: 'Een ieder heeft recht op eerbiediging
van zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn
briefwisseling.'"

[A.Q.C. Tak "Het Huisrecht"; Utrecht 1973; pagina 9]

www.globalinfo.nl       17-06-2008

Oh-la-la !!